Uit: De Lage Landen 17

blz. 34-35-36

Auteur: G. de Laet

Als we in het Gruuthuuse­museum te Brugge naar oude schilderijen kijken die het Vlaamse land voorstellen, dan zien we hier en daar op één ervan het woord "Heinkewerve" (= Hannekeswerve) staan. Lan­ge tijd wist niemand waar die plaats gelegen heeft. Maar op zekere dag moest op een boer­derij niet ver van Draaiburg, dicht bij een dijk, een water­leiding gelegd worden. Vol moed begonnen de mannen van de "Maatschappij der Water­leidingen van Zeeland" te graven.

Opeens ontmoetten ze een grote muur. Ze moesten dril­boren gebruiken om door de muur heen te komen. De muur leek dikker en dikker!

De mannen hadden eerst niet gemerkt dat ze niet in de breed­te, maar in de lengte aan het boren waren! Toen werd de heer J. van Hinte, van het Rijksbodemonderzoek, gewaar­schuwd. Hij dacht direct aan de kerk van Hannekenswerve. Hij beval in de andere richting te graven en zo ontdekte men tenslotte de fundamenten van een heel grote muur die waar­schijnlijk een deel van de oude kerk was. Op een gegeven ogen­blik bereikte men één van de vier zuilen  waarop de koepel gerust had. Omdat de kerken van het oosten naar het westen georiënteerd zijn, wist men hoe verder te graven, en zo ontdekte men de tweede, de derde en de vierde zuil.

 

                                              

 

Na maanden werk werden niet alleen de muren en de zuilen aan het licht gebracht, maar ook het hele koor  werd ge­vonden. Men ontdekte bovendien nog een offersteen.

Zoals er vroeger onder de St. Baafskerk te Aardenburg be­schilderde sarcofagen waren (die men nog kan gaan bekijken), zo vond men in de kerk te Han­nekeswerve ook 27 graven. In die graven bevonden zich nog menselijke overblijfselen en hier en daar een deeltje van een kledingstuk. Men kon priesters­graven herkennen, waar het ske­let in een andere richting lag dan in de meeste andere graven. De priesters moesten immers met het hoofd naar het altaar ge­keerd liggen.

 Men vond skeletten die veel geleden hadden in de vochtige grond, maar waarvan sommige delen goed bewaard gebleven waren. Wat me het meest ge­troffen heeft bij het zien van die skeletten, zijn hun prachtige tanden: de mensen aten in die tijd geen suikergoed, waar men slechte tanden van krijgt. ..

 Wat bij de opgravingen te Hannekeswerve ook van belang was, zijn de vele grafstenen. Er waren enorme stenen, soms van 10.000 kilo, waar afbeeldingen van de doden in gegrift  ston­den. Ze getuigen van grote gra­veerkunst. Zo b.v. het graf van de "nonnen", waarop men de afbeelding ziet van drie vrouwen in lange middeleeuwse kleren. Het zijn misschien zusters. Ze dragen alle drie een kruis op de borst, en waarschijnlijk daarom spreekt men van "nonnen". De steen is een echt kunstwerk. Er bestaan afbeeldingen van; de echte steen bestaat niet meer. Andere stenen laten ons zien hoe de ridders begraven werden. Er rust b.V. een ridder die in

1302 aan de slag der Gulden Sporen heeft deelgenomen: de heer van Heille (deel van het tegenwoordige Sluis).

Een andere steen toont ons twee ouders met hun 14 kinderen.

Het is erg jammer dat niet al de stenen bewaard zijn gebleven. Sommige werden overgebracht naar het museum van Middelburg (Walcheren) en een paar bevinden zich in de St. Baafskerk te Aardenburg. Maar zeer vele zijn verloren gegaan in de hete zomer van het jaar 1967. De stenen hadden honderden jaren in vochtige grond gelegen en de felle zon heeft ze in stukken doen vallen. Andere werden eenvoudig weggegooid omdat men niet de nodige financiële middelen bezat om ze te transporteren.

In de kerk, vooral in de graven zelf, vond men nog allerlei afbeeldingen, zoals die van de grafkisten van Aardenburg. (Zeeuwsch-Vlaanderen was toen immers een deel van hel graaf­schap Vlaanderen). We vinden in de grafkist, aan één uitein­de, een Christus op het kruis met naast hem Onze-Lieve­Vrouw en de apostel Johannes. Aan het andere uiteinde ziet men Maria met het kindje Jezus. Op de kanten staan dikwijls engelenfiguren.

In Hannekeswerve ontdekte men de afbeelding van de heilige Barbara met de toren en de heilige Catharina met het wiel.

Er bevinden zich ook allerlei kruisen: St. Andrieskruisen,  Latijnse kruisen, Maltezerkruisen en Bourgondi­sche kruisen.

 

Dat alles bewijst dat de mensen in die tijd toch over een enorme techniek moesten be­schikken om die afbeeldingen in korte tijd klaar te kunnen krijgen.

Als U me nu vraagt: "Wat kunnen we in Hannekeswerve nog gaan doen?", dan is het antwoord helaas: "Niets". Want van al die overblijfselen is niets meer te zien. Toen men klaar was met opgraven, had men geen geld meer en moest men alles in weer en wind laten liggen. Een paar jaar later werd de dijk, waaronder de overblijf­selen gevonden werden, weer hoger gemaakt. Nu is er absoluut niets meer te zien van wat eens de kerk van Hannekeswerve was. Toch zou het de moeite waard geweest zijn, die overblijfselen voor latere generaties te bewaren. Er bestaan echt niet zoveel Vlaamse steden meer uit die verre tijd.

 

Dicht bij de kerk van Hanne­keswerve, niet ver van Aarden­burg waar vroeger Romeinen gewoond hebben, werden de laatste jaren ruïnes van tempels, schoenen van soldaten en zelfs van Romeinse dames gevonden ... Ook een massa scherven werden in Hannekeswerve opgegra­ven. Zou daar misschien ooit een pottenbakker geleefd en ge­werkt hebben?

 

Eén van de theorieën van mijn vriend, de heer Van Hinte, is dat op die plaats Eligius, de eerste apostel van het christen­dom in Vlaanderen, ergens een houten kapelletje moet gebouwd hebben. De heer Van Hinte ver­wacht nog wel eens in een veld een overblijfsel te vinden van de eerste kerk van Eligius. Want, zo denkt hij, Aardenburg was eerst een heidens dorp, waar vreemdelingen niet mochten komen. En om het de heidenen gewoon te maken hem te zien, bleef Eligius op een paar kilometer van de "stad" wonen. Na enige jaren kwam hij toen in contact met het eigenlijke Aardenburg (op 3 km) en zo kon hij ook daar mensen winnen voor Christus.

 

Hoe komt het nu dat die stad verdwenen is?

Uit de historische documenten blijkt dat Hannekeswerve een vissersstadje was. Het lag im­mers aan een arm van het Zwin. De vissers hadden een kapel ge­bouwd, of beter een kerk, voor hun patroon, de heilige Nicolaas. In de 16e eeuw, gedurende de godsdienstoorlogen, werd de dijk, die toen de stad Hannekes­werve beschermde, doorgesto­ken en de hele stad kwam onder water. Wat er toen nog overbleef werd om militaire redenen verwoest, want de Prinsen van Oranje hadden daar hun verdedigingslinie tegen het Spaanse Zuiden, en zo verdween Hannekeswerve van de kaart.

 

Zeker is, in elk geval, dat Hannekeswerve op verschillende oude afbeeldingen zijn plaats heeft. We vinden het, zoals ge­zegd, op het schilderij in het Gruuthuusemuseum te Brugge. Het staat ook op de kaart van Mercator, die in het Kartogra­fisch Instituut van het Belgische leger (tegen een lage prijs) te krijgen is. Deze kaart heeft veel waarde voor wie het middel­eeuwse Vlaanderen wil leren kennen.

 

G. de Laet

 

 

 

 

Een werkkamp

te Hannekeswerve

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Het grondplan van de kerk