Tinus Tortel

 

Een ruime tuin met voor elk wat wils lokt duiven. Altijd vrolijk vreten ze je bonen, erwten, sla en andere lekkernijen op. Een enkele keer krijg ik de neiging om die duiven te verschalken, schijnt heerlijk te zijn op een bedje van boontjes uit eigen tuin. Maar ik ben niet zo’n vleeseter, dus duivelen ze vrolijk verder.

En met succes, want er komen er steeds meer, meer soorten, steeds dichter. De turkse tortel voorop. Het “lachduifje” met het zwarte halsbandje. Ze koeren je je bed uit, broeden het jaar rond overal en schijten je dak onder, maar we blijven lachen. Ze zijn ook wel schattig.

De dikke duif (bosduif, houtduif) hield jarenlang afstand, een schuwe vogel die altijd luid klapwiekend de vleugels nam als je nog maar naar hem/haar keek. Maar die schuwheid zijn ze aan het verliezen, ze komen dichter, worden brutaler en heel nadrukkelijk aanwezig want er wordt altijd gevochten. Nummer drie is de holenduif. Minder bekend, die was nog schuwer dan de dikke duif, maar heeft inmiddels mijn peultjes ook ontdekt. Holenduiven broeden niet zomaar in een lossig takkennest wat gemakkelijk de boom uitwaait als de wind keert. Ze zijn veel kleiner dan de bosduif, sneller, wendbaar, ietsje groter dan de tortelduif. En ze broeden veilig in holen.

Tinus Tortel is een holenduif. Ja, je leest dat helemaal goed. Elke duif waar ik een band mee krijg, krijgt de naam Tinus. Mijn allereerste Tinus was tortel en is inmiddels dood, ook een lang verhaal, maar nu dus niet interessant, want nu is daar Tinus Tortel de holenduif. De eerste holenduif die regelmatig in mijn tuin komt. Geen idee waarom, maar hij/zij viel als nieuwe soort wel meteen op. Zijn naam kreeg hij pas toen hij op een dag van een wegvliegende duif een weglopende duif geworden was. Bovendien zag hij er ietwat verfrommeld uit en als een duif droevig kan kijken, dan keek deze duif droef, zeer droef. Een droefe weglopende duif laat zich makkelijk pakken, zeker in een tuin waar je de deur dicht kunt doen.

 

 

Mijn verlopen dieren-ehbo-diploma kwam goed van pas: deze duif had een aanvaring gehad en een bijzonder lege krop. Twee serieuze problemen waarvan de helft oplosbaar met een pootje graan. Tinus vertrouwde me aanvankelijk niet zo, begrijpelijk, ik mag immers graag een stukje vlees. Maar even geduld en hij vrat zijn schoteltje vlotjes leeg. En later nog eens. Maar het bleef een loopduif. Toch iets mis met zijn vliegmateriaal? Nee, niet voelbaar, ook niet toen ik wat rek, strek en zelfs trekoefeningen deed, geen enkele pijnreactie. Waarom vliegtie dan niet? Als ik een paar keer doe alsof ik hem laat vallen neem ik normale reflexen waar. Geen flauwekul, het luchtruim in, hopsakee. Hij vliegt, niet ver, 4 meter drieënzestig om precies te zijn, knap hoor, mij lukt dat niet. Als een duif vrolijk kan kijken …. dan kijkt Tinus me nu vrolijk aan. Zat je hij me echt voor de gek te houden? Ben je trouwens wel een hij of ben je een Tina?

Het is in ieder geval weer een vliegduif. Zo af en toe krijgt het nog een pootje graan, maar verder negeren we elkaar.

Hij bleef (jawel, het was een hij, ontdekte ik later). Het werd voorjaar. Tinus zwierf rond, ontmoette soortgenoten op velden en boven wegen, maar kwam altijd in zijn eentje terug naar mijn tuin. Hij kreeg interesse in tortels. Niet in de ongelofelijk mooie en minstens zo zeldzame  zomertortel, want die komt helaas niet in mijn tuin. Turkse tortels hadden zijn belangstelling, hij achtervolgde ze, bekoerde ze openlijk, maakte ze het hof op die elegante holenduifmanier. Of tortelduiven dat begrepen?? Weet ik niet, maar het was een tortelduivenkoppeltje en die hadden over duidelijk genoeg aan elkaar. Die holenbroeder werd zichtbaar als irritant ervaren, soms bevochten, soms achtervolgd maar ook omgekeerd. Het werd een boeiend tafereel wat zich dagelijks afspeelde in mun nof.

Vorig jaar, 2019, hadden de tortels hun takkennest in de taxus genesteld, vol in het zicht vanaf mijn eet- en werktafel en ook vanaf mijn tuintafel. Het was oorlog in de taxus. Keer op keer probeerde Tinus tot het nest door te dringen, keer op keer werd hij weggebonjoerd door de broedtortel van dienst. Overdag broedt meneer tortel ( zo van 10.00 tot 16.30 uur) Eén tortelei sneuvelde door al dat gedoe het ander werd keurig verder uitgebroed. Als meneer tortel braaf zat te broeden, achtervolgde Tinus mevrouw tortel, tot vervelens toe. Altijd vloog hij achter haar aan, maakte haar het hof, probeerde haar te verleiden om te paren. Ze weerde hem af, vloog weg, vloog hem soms in de veren. Tinus vocht nooit echt terug, hij “onderging” haar gepik en vleugelslagen. “Beter zulk contact dan geen contact” ??  Denkt een holenbroeder op die manier, vraag ik mezelf, ooit ook holenbewoner, af ?  Kan een duif überhaupt denken?

Een paar dagen later zitten ze weer te bakeleien, beiden klapperend met de vleugels maar niet aggressief. Tinus vliegt op en landt op haar rug. Ze gaat door met vleugelklapperen terwijl hij probeert vleugelklapperend met haar te paren. De poging mislukt maar laat me stomverbaasd achter.

Weekje later, het ei komt uit, de tortels worden agressiever en houden Tinus daarmee redelijk op afstand. Als het jonkie wat groter is, is er overdag geen oudervogel in de buurt. Tinus gaat dan regelmatig op bezoek maar ik heb geen idee wat hij dan op dat nest doet. Zodra een oudervogel terug komt, volgt er een kort gevecht en wordt Tinus weggejaagd.

Nieuwsgierigheid voert me een huishoudtrapje op. En vrij gemakkelijk levert dat de volgende foto’s op:

 

      

 

     jonge tortelduif                    tortelduif ouder                holenduif  nep-ouder

 

 

 

 

Bij een vervolglegsel weet Tinus het zelfs voor elkaar te krijgen om af en toe een tijdje op de eieren te broeden. Met als resultaat dat een aantal vechtpartijen later beide tortelduif-eitjes  kapot zijn.

 

                           

 

Klopt voor geen meter, holenduif op tortelduivennest. Tinus doet het, samen met de turkse tortels, ik snap er geen hol van!!

 

 

Voorjaar 2020 inmiddels. Afgelopen winter vlogen er regelmatig  twee holenduiven hier en soms ook daar. Heeft Tinus zijn Tina gevonden? Nope. In mei is hij weer alleen en achtervolgt heel fanatiek het turksetortelkoppeltje. Vreemde vogels.