Oud Draaibruggenaar J.W. Kloek wees me op onderstaand verhaal van P.H. de Winde. Boeiend maar ook confronterend.  

 

 

Bevrijding van Zeeuws-Vlaanderen

 

in 1944.

  

Het Schelde-offensief najaar 1944.

 

Een vergeten offensief?

  

door P.H. de Winde.


 

Het Schelde-offensief najaar 1944:

een vergeten offensief?

 

In een tijd van snel wisselende en dramatische gebeurtenissen, terwijl de Slag om Arnhem op een voor de luchtlandingslegers desastreuze wijze werd beslecht, namen bij de Schelde-monding twee tegenstanders hun posities in:

het Eerste Canadese Leger en het Vijftiende Duitse Leger bereiden zich voor op een strijd, die tot de meest bittere van de 2e wereldoorlog zou gaan behoren.

Ongetwijfeld waren de verliezen bij de Slag om Arnhem buitengewoon smartelijk, toch vormen zij slechts een fractie van wat aan De Schelde geofferd zou gaan worden in het grootste offensief ooit op Nederlandse bodem ontplooid.

 

Voor de Geallieerden was niet aanstonds duidelijk dat De Schelde een strategische dwarsligger van de eerste orde zou worden. Pas naarmate de maanden september, oktober en november 1944 vorderden, werd het Geallieerd Opperbevel steeds meer, ja uiteindelijk buitensporig gefrustreerd. De spoedige ingebruikneming van de onbeschadigde havens van Antwerpen was van wezenlijk belang voor de geallieerde oorlogvoering. De lange aanvoerlijnen, die zich inmiddels van de weer-gevoelige kunstmatige havens in Frankrijk naar de tot de Duitse grens gevorderde fronten uitstrekten, maakten de Antwerpse overslag capaciteit van buitengewoon belang voor de algemeen mogelijk geachte beŽindiging van de oorlog vůůr de winter.

 

Wat gebeurde er echter? Eerst was de Schelde-monding een boze droom voor het vluchtende 15e Duitse leger na de onwaarschijnlijk snelle opmars van de Geallieerden, tot zij de Belgische-Nederlandse grens bereikten. Dit 15e Duitse Leger kreeg helaas de tijd en gelegenheid om zich opnieuw aan de Schelde-monding te verschansen tijdens de voorbereiding en uitvoering van de Slag om Arnhem. Vervolgens werd diezelfde brede rivier de nachtmerrie van het 1e Canadese Leger, dat met het gehele gamma van conventionele tot uiterst revolutionaire strijdmiddelen niet kon verhinderen, dat het 85 fatale dagen zou duren, voordat het Antwerpse haven-potentioneel, voldoende om 60 operationele divisies te bevoorraden, kon worden gebruikt.

 

De hoop en het optimisme waren groot genoeg geweest. Helaas, terwijl veel oneindig leed voor miljoenen mensen werd verlengd en verergerd, terwijl eerst schuchtere hoop en allengs juichend vertrouwen op de langverbeide bevrijding de bodem werd ingeslagen, werden velen zich geleidelijk of schoksgewijs bewust, dat de oorlog niet vůůr Kerstmis 1944 voorbij zou zijn. De verder mensonterende gevolgen hiervan, zinloos als ze ons toeschijnen, werden van nu af bepaald door twee antagonisten binnen het kader van een luguber tijdsbestek en van een steeds angstaanjagender landschap.

 

Twee tegenstanders, mťťr dan de twee Legers, twee mensen: ter ene zijde Feldmarschall Waelter Model van de Duitse Legergroep B en ter andere zijde Fieldmarshal Viscount Montgomery van de 21st Army Group. Organisatorisch volkomen nevengeschikte partners, ogenschijnlijk elkaars gelijken als Bevelhebbers van Legergroepen.

Ja ogenschijnlijk, want we zullen zien dat Montgomery binnen enkele maanden tijds twee grote kansen verspeelde, dat daarentegen Model precies datgene deed, wat hem tot strateeg en ziener bestempelt, ook in nabeschouwing.


 

Montgomery werd tot zijn recente verscheiden met eer overladen. Dat Model reeds in april 1945 de laatste consequenties heeft getrokken, n.l. dat aan zijn menselijke plichten en aan de vragen van zijn geweten een einde moest komen, mag er een toonbeeld van zijn in hoe schril contrast de levensloop van 2 mensen kan uitvallen. Immers, hierna zullen we zien, dat Model zich veruit de meerdere betoonde van Montgomery.

 

Voor de tweede maal door de Duitsers bezet.

 

De Todt-organisatie had in drie jaar tijds langs de monding van De Schelde honderden bunkers gebouwd. Na de komst van Generaal Rommel in het westen was een nieuwe, geweldige impuls gegeven aan de uitbouw van de Atlantik-Wall. De tot forten en egelstellingen gegroepeerde bunkers werden na Dolle Dinsdag, 5 september 1944, in grote wanorde achtergelaten door de geregelde garnizoenstroepen. Deze opgelegde kans werd door de Geallieerden niet benut en dit zou voor alle verdere operaties van doorslaggevende betekenis zijn. Veldmaarschalk Model doorzag vanuit Oosterbeek de toestand flitsend snel en maande nog tijdens de vlucht van het 15e Duitse Leger tot vastberaden verdediging van de Schelde-Delta. Inspirerende vlugschriften, door hem ondertekend, uit de lucht afgeworpen, werden in grote getale verspreid. De Schelde-monding lag, met betrekkelijk geringe militaire offers, voor het grijpen.

 

De weersomstandigheden waren voor de geallieerde overmacht in de lucht ideaal om de uit Frankrijk en BelgiŽ vluchtende Duitse troepen te beletten De Schelde heelhuids over te steken, maar deze gelegenheid werd niet of nauwelijks benut. Een uitzondering daarop vormde het eerste bombardement van Breskens. Deze stampvolle havenplaats werd op 11 september 1944 voor driekwart in puin gelegd. Nog twee keer werd deze plaats gebombardeerd, de laatste maal op 26 september. Vooral dit laatste bombardement bewees dat First Canadian Army, in het bijzonder Second Tactical Airforce, in het duister tastten: bewesten en beoosten Breskens konden de Duitse vluchtelingen ongestoord inschepen, terwijl in de havenplaats slechts puin, lijken en kadavers werden omgewoeld.

 

Terwille van de samenhang in tijd: op die dag was de Slag om Arnhem zojuist in een mislukking geŽindigd en toen 9 dagen tevoren de grootste luchtlandingen in de geschiedenis begonnen, hadden de Duitsers rond De Schelde zich de tijd kunnen gunnen om van hun paniek te bekomen.

 

Churchill schrijft in ATriomf en Tragedie@: De zuivering van de Scheldemond en de opening van de haven van Antwerpen waren ten behoeve van de aanval bij Arnhem uitgesteld. Daarna echter kregen ze de hoogste prioriteit.  Dit is inderdaad een correcte en diplomatieke beschrijving van het gebeurde: Montgomery liet de rijpe vrucht rotten en trachtte vergeefs de groene te grijpen.

 

Over dat rottingsproces aan De Schelde is nog veel niet gezegd in de context van de grote gebeurtenissen uit die periode. Dit proces werd in de hand gewerkt door de weersverslech-tering, die in de tweede helft van september intrad en die de Duitsers steeds meer in de kaart ging spelen. Zij voerden de inundaties nog verder op en ook de regenval maakte geleidelijk het gebruik van tanks in dit verdronken land ondoenlijk. Er ontstond een Vlaanderen-landschap, gelijk aan dat uit de verafschuwde loopgravenoorlog van 1914-1918. Op 22 september liep het 1e Canadese Leger vast op de mijnenvelden bij Isabelle-sluis, de landengte tussen Oost- en West-Zeeuws-Vlaanderen, die bekneld lag tussen de Braakman en inundaties, die van hier af het Afwaterings- en Leopoldkanaal naar Zeebrugge volgden.

 

Oost-Zeeuws-Vlaanderen was voorspoedig bevrijd door de Poolse troepen, die bij het 1e Canadese Leger waren ingedeeld, echter West-Zeeuws-Vlaanderen ging met een stuk Belgische kust tot Zeebrugge een nieuwe naamgeving tegemoet: in de literatuur wordt het soms The Scheldt Pocket, doch meestal The Breskens Pocket genoemd.

West-Zeeuws-Vlaanderen was door inundaties, Braakman en Schelde een eiland in de Delta geworden, meer dan Walcheren reeds was.

 

Op de kaart was (en is) West-Zeeuws-Vlaanderen echter vasteland, aan BelgiŽ verankerd en aangezien krijgsplannen vanuit de kaarten worden gemaakt, heeft dit misverstand zeker averechts gewerkt.

 

Het is toch wel typerend dat Churchill als auteur in zijn memoires tot drie keer toe over het eiland Breskens spreekt (in 1954), want geen geschiedkundige heeft hem dit zo duidelijk nagedaan.

 

Het was een situatie die door de Air Photographic Interpretations Sections al lang doorzien had kunnen worden. (De kaarten I en II tonen de fictieve en de werkelijke toestand).

 

Bij dit alles kan het geen kwaad om de datum van 4 september 1944 goed in gedachten te houden: toen greep Generaal Roberts van de 11e Pantserdivisie de stad Antwerpen met zijn havens onbeschadigd. Er wordt wel eens beweerd dat dit het werk van de ondergrondse was. De realiteit is dat hier zoals elders in het hele gewest, de Duitsers in paniek waren gevlucht. De havens waren onbewaakt.

 

Toch maakte Roberts, die als een kiene en gretige pantsergeneraal bekend stond, hier wellicht de fout van zijn leven: bij Antwerpen begin het Albertkanaal te lopen en hij vergat er een stevig bruggehoofd over te vestigen. Dat had gemakkelijk binnen enkele uren gekund, zonder slag of stoot.

 

Hoe kwam dat? Was het de verbazing dat Antwerpen met zijn havens hem gaaf en onge-schonden in de schoot vielen? Chester Wilmot, de Engelse historicus, zegt in zijn goede boek The Struggle for Europe: This was one unfortunate result of the confusion and conflict within de Allied High Command concerning future strategy.  Het is duidelijk dat dit niet zo maar een fout was die tengevolge van onduidelijke orders werd gemaakt. Geen divisie-historicus kan wegpraten dat Roberts een kans liet liggen. die de ingebruikname van Antwerpen vele weken dichterbij had kunnen brengen. De overschrijding van het Albertkanaal zou later veel tijd en offers vergen en de vordering langs de rechteroever van De Schelde door de 2e Canadese Infanterie Divisie zou dermate traag blijken te zijn, dat de toegang naar Zuid-Beveland, de Kreekrakdam pas vijf weken later kon worden aangevallen.

 

We noteren intussen weer, hier als elders, een opgelegde kans. Chester Wilmot en de divison historian hebben niet geheel ongelijk: er was in het geallieerde opperbevel zoveel te doen geweest over de hoofdlijnen dat de plaatselijke commandanten het niet meer duidelijk zagen. Generaal Crerar, commandant van het 1e Canadese leger, werd er zelf waarschijnlijk ook het slachtoffer van.

 

Het getij verliep.

 

In september was immers zijn 1e Leger in een steeds lastiger parket geraakt. Na opzienba-rende omsingelingsslagen en een geweldige bewegingscampagne is voor het moreel van de troepen niets erger dan vast te komen zitten tegen verdronken land. De 4e Canadese Gepantserde Divisie stond rondom Eeklo tegen het Leopoldkanaal en de inundaties aan te kijken, waarmee het duidelijk geen raad wist. De 51e Highland Division stond bij gebrek aan transport in Le Havre te wachten. De 2e Infanterie Divisie kwam met veel moeite over het Albertkanaal beoosten Antwerpen, zoals we zagen door nalatigheid van anderen.

In het bevrijde Oost-Zeeuws-Vlaanderen kwamen de 3e Infanterie Divisie en de 52e Lowland eveneens werkeloos te staan. De bevoorrading van het Canadese leger bij De Schelde werd tengevolge van Arnhem tot een minimum teruggeschroefd. Generaal Crerar ging wonderlijk genoeg juist nu met ziekteverlof naar London. Hij werd overigens opgevolgd door de energieke en creatieve Generaal Simonds van het IInd Corps, die zojuist bij Generaal Montgomery een ambitieus voorstel had ingediend, waarover later.

 

Ten tijde van de Slag om Arnhem, toen het Duitse potentieel aldaar geheel in beslag werd genomen, gebeurde er rond De Schelde hoegenaamd niets! Market Garden zoog alle sappen weg. Er is reden genoeg om aan te nemen dat in de top mede door meningsverschillen kapitale beoordelingsfouten werden gemaakt. Het specifieke probleem dat de Delta zou opleveren was niet tijdig onderkend. Na de uitbraak uit NormandiŽ zag men uitsluitend een landoorlog in het verschiet. Vrijwel alle landingsvaartuigen werden overgebracht naar de Middellandse Zee en naar de Pacific. Een middelgrote landing zou nu de Scheldemond vrij snel en met geringe verliezen in geallieerde handen hebben kunnen brengen. De 51e Highland stond immers in Le Havre bovendien op transport te wachten.

 

Het is duidelijk dat in de hitte van de strijd niet elk tactisch voordeel kan worden benut, maar dat het essentiŽle belang van de Antwerpse haven, schoon en gaaf in handen, door het meningsverschil in de top niet tot uitdrukking kwam in de prioriteiten, is voor leek en ingewijde onvoorstelbaar. Het bezetten van de provincie Zeeland zou niets meer dan consolideren zijn geweest en iedere neiging daartoe is in een bewegingsoorlog verdacht. Het grijpen van De Schelde echter zou een voor de hand liggende daad van strategisch belang zijn geweest. Want zelfs bij het welslagen van de Slag om Arnhem zouden nog de opmars naar en de bezetting van het Ruhrgebied volgen en daarna alsnog de doorstoot naar Berlijn. Brest was onbruikbaar en nog steeds in Duitse handen, ondanks de overbodige prestige-inzet aldaar. De Kanaalhavens leverden weinig of niets op. De gehele logistiek draaide om de kunstmatige havens in NormandiŽ, die met het naderen van de herfst steeds kwetsbaarder werden. Daarom was het overduidelijk dat de Antwerpse overslagcapaciteit van 40.000 ton per dag niet gemist kon worden: een divisie had tijdens zijn operaties gemiddeld 500 ton goederen per dag nodig en die ene haven kon dus op 75% van zijn optimum 60 divisies bevoorraden. Antwerpen lag in doorsnee 200 mijl dichter bij de strijdende legers dan de stranden van NormandiŽ. Die grote afstanden moesten nu veelal met zware vrachtauto=s op de toch al overbelaste en stukgereden wegen worden afgelegd. Deze gigantische transport-operatie slorpte zelf een aanzienlijk stuk logistieke voorziening op. Van het opperbevel zou men deze koele berekening op grotere afstand hebben verwacht, maar het tegendeel geschiedde. Kwamen toch, als een voortvloeisel van de strijd aan de top, individuele oogmerken in het geding? Voor de positieve beantwoor-ding van deze vraag bestaan duidelijke aanwijzingen, waarop we zullen terugkomen.

 

Maak contact met de geallieerden!

 

Het staat vast dat het 1e Canadese Leger en de 2e Tactische Luchtmacht in september 1944 niet over goede inlichtingen betreffende de Delta beschikten. Vele van hun activiteiten sloegen als een tang op een varken. Bombardementen en beschietingen in The Breskens Pocket maakten dat overduidelijk. Na eerdere principe-besluiten waren begin september 1944 alle verzetsorganisaties in West-Zeeuws-Vlaanderen samen gaan werken in de praktijk van alle dag. Eťn van de opdrachten was het bewaken van een via de geheime zender aangewezen afwerpterrein voor wapens, waarbij deskundig advies werd verstrekt door in het Hoofd-kwartier van de B.S. ondergedoken Canadese en Amerikaanse piloten. Al spoedig werd op de zender te Schoondijke een bericht ontvangen van de provinciale geheime zender te Grijpskerke: de dringende opdracht om contact met het Canadese Leger te maken en hem van inlichtingen te voorzien.  Naarmate deze opdracht steeds dwingender werd herhaald, werden meer verzetslieden, uiteindelijk 20 man, ingezet om de linies te breken, merendeels in groepjes van twee man, maar allen liepen vast in de inundaties en in de stellingen, die The Breskens Pocket hermetisch afgesloten hielden. Toen besloot hun commandant van de Binnenlandse Strijdkrachten in dit district zelf te gaan in de nacht van 27 op 28 september 1944.

 

In de vroege ochtend van 29 september 1944 werden in Oostburg het Duitse Divisie-Hoofdkwartier in de Rijks H.B.S. en tevens de hinderlijke radio-peil-installatie op de watertoren gelijktijdig in puin gelegd. Dit waren de afgesproken tekens van zijn behouden overkomst. Na jarenlang werk voor de geheime inlichtingendienst Delta-West zag hij zijn kans veil en lukte het hem het Head Quarters van het 1st Canadian Army te bereiken na een zwemtocht van zeven uur tegenstrooms in De Schelde bij een harde wind uit het noordoosten. Koortsachtig werd nu door de zendgroep te Schoondijke getracht het zendercontact met het Canadese Leger te maken, omdat code, zendtijden en frekwentie daar nu ook bekend waren. Het Canadese Legerhoofdkwartier beschikte vanaf nu over de belangrijkste gegevens van The Breskens Pocket , gegevens die vanaf het voorjaar van 1941 door hem up-to-date waren gehouden. Er werd ontstellend snel gereageerd. Vooral het oude Fort Frederik Hendrik, dat samen met Breskens door een tankgracht tot een grote egelstelling werd verenigd, kreeg het zwaar te verduren.

 

Dit was het grote hart van de Duitse verdediging zee- en landinwaarts. Burgers waren hier geŽvacueerd. De moderne zware zee- en luchtdoelbatterijen binnen deze egelstelling werden nu met blockbusters in precisie bombardementen van hun metersdikke betonnen schalen ontdaan ondanks hun geraffineerde camouflage. Hetzelfde lot ondergingen alle vestingen, die met hun geschut de knooppunten beheersten en die nu allemaal in de kaarten gepinpoint konden worden. Wanneer de vliegers te weinig houvast hadden aan het landschap, werd eerst met lichte gespreide bombardementen of rocket-beschietingen de camouflage verwijderd, tot de prooi uitgepeld in beeld was gekomen. De gereproduceerde luchtfoto=s van 11 september en 18 oktober 1944 tonen duidelijk wat zich hier afspeelde. De artilleriebeschietingen moesten toen nog beginnen. Dat ondanks deze massale voorbereiding toch nog van 22 tot 25 oktober 1944 om het Fort Frederik Hendrik moest worden gevochten, illustreert wel de verbetenheid waarmee de Duitse troepen hier en elders in Zeeland vochten.

 

Het Fort Frederik Hendrik.

 

Dit eeuwenoude Fort was een obsessie voor het Canadese Leger, terwijl het een anachronisme had kunnen zijn. De Duitse Legerleiding had al vroeg de grote tactische waarde er van onderkend. Het Fort beheerste, hoog gelegen, zee en land. Het valt moeilijk om deze Duitse belangstelling te zien als een stille homage aan Frederik Hendrik, Prins van Oranje, de knappe stedenbedwinger, die deze streek al op 16-jarige leeftijd leerde kennen. Hij nam toen tegen de zin van zijn broer Maurits deel aan de Slag bij Nieuwpoort, omdat hij met zijn broer wilde leven of sterven. In 1603 was hij weer in Zeeuws-Vlaanderen en in 1644 vocht hij hier voor het laatst om het behoud van de vrijheid in dit gewest.

 

Is het niet merkwaardig dat in 1944 het oude Fort Frederik Hendrik precies 300 jaar geschiedenis verbond en dat het opnieuw om een bevrijding ging? Het oude Fort bewees dat anachronismen niet bestaan en dat er niets nieuws onder de zon is. Met hun keuze erkende de Duitsers dat wat goed is ook goed kan blijven. Op deze plaats kochten nu Canadese Infanteristen met hun bloed onze vrijheid.

 

Hoe pijnlijk is het dan wanneer men zich realiseert, dat in 1939/40 tijdens de mobilisatie ons Leger het Fort negeerde en om raadselachtige redenen zijn kustartillerie enkele kilometers verderop bij Nieuwe Sluis neerzette: drie stukken van 7 cm, lang 40, van de Krupp fabrieken, richtmiddelen uit het jaar 1874. Verbijsterend voor de insider, die zich realiseert dat dus met vizier en korrel moest worden geschoten. Voor korfballen in uniform kreeg een soldaat toen 10 dagen streng arrest. Maar deze arrestant mocht er met niemand over spreken dat er wel munitie was, maar dat de schokbuizen ontbraken. Zo zagen sommige militaire geheimen er in die mobilisatietijd uit.

 

Verzet op eigen kracht.

 

Het heeft somtijds verontwaardiging gewekt dat het verzet in dit dubbelgesperde gewest (spergebied binnen de provincie, terwijl Zeeland gesperd was ten opzichte van de rest van Nederland) geen enkele steun in de vorm van wapens en springstoffen van buitenaf heeft ontvangen. Het officiŽle afwerpterrein werd met grote menselijke offers bewaakt, nacht in nacht uit, maar ook de Canadezen weigerden pertinent om droppings te doen.  Het leek er op dat hun kortstondige ervaringen in Frankrijk te vaak negatief waren uitgevallen, wanneer wapens in handen kwamen van subversieve groepen. Het verzet zorgde derhalve op bescheidener schaal voor zijn eigen wapens.

Veel inlichtingen, die de line-crosser in het Hoofdkwartier van het 1e Canadese Leger verstrekte, leidden tot onvoorstelbaar geweld, vaak beangstigend geweld. Er waren echter compensaties: grote verbandplaatsen en concentraties van evacuť=s konden nu gespaard worden en zo ook het hoofdkwartier van de B.S. Honderden aanvals- en verkenningsvluchten werden dagelijks boven de eilanden uitgevoerd. Fouten waren daarbij onvermijdelijk en het waren soms ernstige.

 

Een onstuimige maand lang werd op schijnbaar wonderbaarlijke wijze ťťn afspraak door de honderden piloten van de 2e Tactische Luchtmacht zorgvuldig nagekomen. Zolang de wieken van de molen te Schoondijke, het B.S.-hoofdkwartier, waar ook de piloten zaten, een plusteken vormden, moest de molen worden gespaard. Een maalteken zou overneming door het Duitse Leger aantonen. Voor de bevolking was de mysterieuze veiligheid van de molen natuurlijk reden om daar te schuilen en op het laatst zat de gehele molenberg vol. De wieken bleven een plusteken vormen, het B.S.-hoofdkwartier bleef er gevestigd en de molen bleef gespaard tot op de eerste bevrijdingsdag, toen hij door een Duitste granaat werd getroffen.


 

Nog enkele voorbeelden mogen hier illustreren hoe belangrijk, dan wel macaber de rol kan zijn die inlichtingen in de oorlogvoering soms spelen. Zo kwamen herhaaldelijk mensen naar het Hoofdkwartier van het 1e Canadese Leger bij Eeklo met volkomen verjaarde en zelfs valse inlichtingen. In de hoop daarvoor in ruil wat sigaretten of voedsel te ontvangen. Zulke erva-ringen verklaarden helaas achteraf vele zinloze bombardementen en beschietingen op The Breskens Pocket, omdat pas vanaf 28 september 1944 twijfelachtige bronnen door de line-crosser konden worden ontmaskerd.

 

Dat een onjuiste of voorbarige inlichting niet noodzakelijkerwijs destructief behoeft te zijn, integendeel, moge uit het volgende blijken. De line-crosser, inmiddels Dutch Representative of Intelligency van het 1e Canadese leger, gaf de inlichting door dat Groede was aangewezen als het Rode Kruis-dorp van The Breskens Pocket, terwijl op de dag voor zijn zwemtocht naar bevrijd gebied hoogstens een vage aanwijzing die richting uitging. Na 29 september werd Groede dan ook bij het rode overprinten van alle stafkaarten met een rood kruis in een cirkel bedekt. Omdat er van die datum nauwelijks een bom viel begon een spontane volksverhuizing naar Groede op gang te komen, waardoor vele gewonden en gezonden instinctief een schuilplaats vonden. Een week later was op luchtfoto=s in het Canadese Hoofdkwartier te zien dat het dak van de kerktoren van Groede met een groot rood kruis op een wit veld was beschilderd. Daarmee had wishful thinking dan gelukkig zichzelf bevestigd. Groede zou de kleine, relatief rustige oase in The Breskens Pocket blijven.

 

De planning van het Schelde-offensief.

 

Het aanvalsplan voor de vrijmaking van de Scheldemonding werd als volgt opgesteld:

 

a.                De 3rd Canadian Infantry Division zou The Breskens Pocket aanvallen. Op 6 oktober moest de 8e Brigade een bruggehoofd over de inundaties van het Leopoldkanaal vestigen bezuiden Aardenburg; op 9 oktober zou de 9e Brigade vanuit Terneuzen op drie plaatsen bij Hoofdplaat landen rondom kilometerpaal Nummer 7, van waar de B.S. commandant vertrokken was, omdat de kustverdediging er dunner werd; de 7e Brigade ging een doorbraak over de Braakman en de landengte van Isabellasluis forceren. Deze drie brigades van de 3e Divisie waren reinforced brigades van elk ongeveer 6000 man.

b.               De 2nd Canadian Infantry Division op de rechter Schelde-oever moest via West-Brabant en de Kreekrakdam Zuid-Beveland binnengaan. Bij de verovering daarvan werd deze divisie gesteund door de 52nd Lowland, die vanuit Terneuzen bij Baarland in de rug van de Duitse troepen zou landen.

c.                De 4th Canadian Armoured Division die zich in het verdronken terrein van de Delta toch niet kon ontplooien vertrok van Eeklo naar Antwerpen teneinde de rechterflank van de 2e Divisie op haar tocht door West-Brabant naar de Kreekrakdam te beschermen.

d.               Pas na voltooiÔng van deze operaties zou Walcheren rechtstreeks kunnen worden aangevallen: vanuit het bevrijde Breskens zou het No.4 Commando met Britse, Nederlandse en Franse troepen in landingsvaartuigen Vlissingen aanvallen: vanuit het bevrijde Zuid-Beveland zou de 2e Divisie via de Sloedam het hart van Walcheren bedreigen: vanuit zee zou de 4th Special Service Brigade Westkapelle aanvallen; na voorafgaande beschieting van de Duitse kustbatterijen door H.M.S. Warspite en twee monitors, allen met het zwaarst denkbare geschut, was het de bedoeling dat een eveneens voor deze gelegenheid samengesteld Support Squadron van 25 landings-vaartuigen, raketten en lichte artillerie zou landen bij Westkapelle.

 

Slechts twee data stonden dus vast, 6 en 9 oktober 1944, de overige zouden van de vorderingen afhangen, maar de schattingen waren begin oktober nog steeds optimistisch. Generaal Simonds, Commander IInd Canadian Corps, die de ziek geworden Generaal Crerar opvolgde, schatte voor The Breskens Pocket 3 Š 4 dagen nodig te hebben. Om de 20 mijl lange rivieroever in handen te krijgen zou echter 4 weken lang bloedige strijd noodzakelijk blijken. Een ware lijdensweg voor een leger dat nog onlangs in ťťn week 250 mijl was opgerukt! Deze onjuiste schatting viel de strijdlustige Simonds nauwelijks te verwijten. Hij had reeds in een vroeg stadium van de planning grote problemen voorzien, maar dan in de laatste fase op Walcheren. De verdediging van de Duitsers in deze Tuin van Zeeland was vooral ook op hun inundatie-techniek gebaseerd. Simonds wilde nu die verdediging radicaal ontwrichten door de zee binnen te laten.

 

Het zou een doordenker zijn geweest deze redenering ook op The Breskens Pocket toe te passen. Echter niemand opperde het identieke karakter van deze twee flooded saucers (benaming van Churchill), de enkeling die het inzag zweeg wijselijk en misschien is dat maar gelukkig ook. Simonds= revolutionaire voorstel om Walcheren te trachten onder water te zetten door bombardementen op de dijken werd door Montgomery gesteund, tegen de zin van Generaal Crerar in, die het not a practical proposition noemde. Toch werd aan Bomber Command gevraagd op 3 oktober met omstreeks 250 Lancasters een experimentele aanval op de formidabele Westkappelse Zeedijk te doen, teneinde deze met 6-tons bommen te breken. Deze 3e oktober 1944 was voor de vrijmaking van de Scheldemonding dus ook een belangrijke dag.

 

De tegenstander: het 15e Duitse Leger.

 

Op diezelfde dag zat Generaal Eberding van de 64e Duitse Infanterie Divisie in zijn geimpro-viseerde Hoofdkwartier aan de rand van Groede en dat typeerde hem. Vijf dagen tevoren hadden tientallen raketten het vroegere hoofdkwartier in de H.B.S. van Oostburg uiteen-geslagen en nu had hij met het overblijfsel van de divisiestaf de luwte van het Rode Kruis gezocht. Op deze dag had hij ook versterkingen naar Biervliet gestuurd, omdat er door verhoogde geallieerde activiteit een aanwijzing was dat hier een aanval verwacht kon worden. Hij vroeg zich af wat hij nog meer kon doen, toen greep hij zijn pen en schreef: ........... dat telkens wanneer de namen van deserteurs bekend worden, deze aan het Duitse volk ter kennis zullen worden gebracht en dat hun naaste familie als vijanden van Duitsland zullen worden beschouwd............., dit in navolging van de beestachtige Himmler-order. Voorzover bekend had nog geen Wehrmachtkommandant te velde deze woorden in een dagorder herhaald. De uitwerking hiervan op dit moment was verpletterend.

 

De 14.000 Duitsers in The Breskens Pocket waren in Rusland gehard. Zij stonden bij de Geallieerden te boek als first class infantry. Er waren restanten van het Afrika-korps en paratroepen van de Luftwaffe bijgekomen omdat zij niet meer over De Schelde hadden kunnen ontsnappen. Zij waren tot de tanden bewapend door het vele achtergebleven materieel. In de gevechtsorders van iedere stelling in West-Zeeuws-Vlaanderen hadden ze telkens weer gelezen: AJedes StŁtzpunkt soll bis den letzten Bluttropfen verteidigt werden@. Zij hadden ook telkens weer gezien dat het woordje ABluttropfen@ met de pen was doorgestreept en vervangen door AMann@, officieel met paraaf en datum en verwijzing in de kantlijn. Het valt te betwijfelen of deze formele ingreep ook een humane betekenis kon worden toegekend. Was het juridische haarkloverij? Eťn ding stond na de dagorder van Eberding stellig vast: zij waren deserteurs, zodra ze zich levend overgaven of terugweken.

 

Op 5 oktober 1944 bracht een aangekondigde speciale koerier een buitgemaakt exemplaar van Eberding=s dagorder in het Main Head Quarters van First Canadian Army. Dat sloeg als een bom in. Naarmate het vertalen vorderde, begonnen toegestroomde stafofficieren luid te vloeken en enkelen huilden van woede. Deze emotionele reacties zijn voor uitleg vatbaar: immers deze stafofficieren waren maar al te goed op de hoogte van de walgelijke booby-traps die ze nog maar kort geleden hadden aangetroffen na de omsingelingsslag bij Falaise.  Ook die hadden, evenals de dagorder van Eberding, getuigd van een weerzinwekkend ver gaand fanatisme. Het was dan ook geen wonder dat de schatting van Simonds over de duur van de operaties niet zou kloppen, want Eberding van de 64e Divisie ging geen zee te hoog.

 

Boven De Schelde in Walcheren zat zijn Duitse tegendeel, Generaal Daser van de 70e Divisie. Hij had circa 10.000 man onder zijn bevel, waarvan naar schatting 8.000 man op Walcheren en 2.000 man op Zuid-Beveland. Op de bewuste 3e oktober 1944, juist bekomen van de schrik, hoorde Daser achter de vriendelijke gordijntjes van zijn Hoofdkwartier op Dam 6 te Middelburg de onvoorstelbare berichten aan over de zojuist gebroken Westkappelse Zeedijk: de Noordzee stroomde het eiland binnen als een gevolg van het Simonds-experiment.

 

Hij begon nu zijn troepen te hergroeperen en hij bleef dit moedeloze werk voorlopig doen, want daarna werd het Westkappelse Gat verbreed en op 7 oktober sneuvelden ook de dijken bij Fort De Nolle bewesten Vlissingen en bij fort Rammekens beoosten deze havenplaats. Tenslotte kwamen de Lancasters op 11 oktober voor de vierde keer weerom en spleten de dijk tussen Veere en Vrouwenpolder. Pas een week later bereikte het vollopen van Walcheren een evenwicht en stond het eiland voor driekwart blank. Generaal Daser=s 70e Divisie zat nu in Vlissingen, Middelburg en op drie dijkstukken geÔsoleerd.

Toen hij op 2 oktober de uitgeworpen pamfletten met waarschuwingen aan de burgerbevolking had gelezen, stond hij nog voor een raadsel. Simonds had echter inmiddels de stukken van Daser=s schaakbord uiteengespeeld, al gaf de laatste zijn partij allerminst gewonnen.

 

De resterende 711e, 719e, 245e en 346e Duitse Divisies verdedigden in West-Brabant o.a. de toegang tot Zuid-Beveland tegen de 2e en 4e Canadese Divisies. Van de sterkte van de Duitsers hier valt niet veel te zeggen. Ook zal de Hitler-order wel een rol hebben gespeeld, namelijk dat geen divisie wegens gebrek aan mankracht mocht worden opgeheven: het divisie-nummer moest in de stafkaarten blijven prijken. Desondanks staat wel vast dat 2nd Canadian Infantry Division, gesteund door 4th Canadian Armoured Division, meer dan een maand nodig had om van Antwerpen naar de Kreekrakdam, toegang naar Zuid-Beveland, te gaan.

 

Momentum Noord-Oost: Gemiste kansen.

 

Het was een kostbare maand die verloren was gegaan na de val van Antwerpen. Op 3 oktober 1944 was het de geallieerde legerleiding waarschijnlijk reeds duidelijk dat een grote strategische misrekening was gemaakt. Toch vermoedde men nog niet wat er wachten stond. Commandanten riepen begin oktober hun mensen bijeen en verzekerden hen Adat de grote leiders van mening waren dat de oorlog nog vůůr Kerstmis 1944 zou worden beŽindigd en dat Antwerpen nu spoedig zou worden vrijgemaakt@.

 

De slagwoorden momentum en impatus kenmerkten de geweldige uitbraak uit The Bulge in augustus 1944. Bradley en Montgomery hadden de doordreunende kracht van in beweging zijnde legers op weergaloze wijze gedemonstreerd. De feiten tonen onomstotelijk aan dat De Schelde nagenoeg voor het grijpen lag en daarmee ook de oplossing van het reeds nijpende logistieke probleem , waardoor hele legers bij de Frans-Duitse grens, in de ontschepings-plaatsen in NormandiŽ en zelfs op de oostkust van de Verenigde Staten tot werkloosheid werden gedoemd.

 

Helaas, het momentum was door het persoonlijke drijven van Montgomery naar het noordoosten gegaan en daar reeds eind september in mist en regen gesmoord. Een somber, maar niet vermoed verschiet lag echter nog te wachten: hierna zullen we zien hoe de Schelde-operaties verliepen naar de aard van het ALuctor et Emergo@, de spreuk die het Zeeuwse gewest na eeuwenlange taaie strijd niet zonder reden in zijn wapen voert.

 

De operaties aan De Schelde.

 

Het Schelde-offensief verliep precies zo als het gepland was, alleen duurde het tien maal langer dan was geschat en daardoor veranderde ook het gehele karakter van dit offensief. De begin-data 3, 6 en 9 oktober 1944 voor resp. het Simonds-experiment, het Leopoldkanaal-brugge-hoofd en de landingen bij Hoofdplaat werden nauwkeurig nagekomen. De inzet was geweldig voor troepen die zojuist verbitterde uitbraakgevechten en omsingelingsslagen hadden geleverd en die vervolgens 250 mijl hadden gehold om de vluchtende vijand bij te houden. De bevoorrading was na het mislukken van Market Garden weer uitstekend. De weersomstandig-heden werkten niet mee, maar de 2e Tactische Luchtmacht had de handen wel voldoende vrij. Dat de gehele operatie zozeer anders liep dan was verwacht, kwam eigenlijk op een paar factoren neer.

 

Ten eerste de degradatie van de strijdwijze. Na een grandioze, flitsende operatie werd een heel leger in modder en water gesmoord, zodat het zich nauwelijks kon roeren. Mede omdat het land, dat de Zeeuwen eeuw na eeuw en meter voor meter gewonnen hadden, zijn tol vergde: elke polderdijk was een frontlijn, waarin talloze eenmansputten waren gegraven. Van grootscheepse oorlogvoering was al bij voorbaat afgezien, omdat reeds spoedig bleek dat alleen primitieve middelen goed genoeg waren. De luchtmacht kon, ondanks het zeer natte najaar van 1944, toch nog veel compenseren waar het grote gefixeerde doelen betrof. Het is niettemin ongeloofwaardig hoe groot de overlevingskansen van de mens, en in mindere mate van het dier, onder zo=n massaal geweld nog zijn. Het negatieve aspect van dit ervarings-gegeven is echter dat het ook van toepassing was op de overlevingskansen van onze Duitse bezetters.

 

Vervolgens was er de onverklaarbare verbetenheid van de Duitse troepen, die van geen wijken wisten. In The Breskens Pocket mocht Generaal Eberding daar zeker zijn geweten mee belasten vanwege zijn onmenselijke dagorder, maar bij de Kreekrakdam en bij de landingen op Walcheren werden door geallieerde commando=s en infanteristen toch ook ontstellende verliezen geleden, zij het dan echter meer door supersterke posities van de Duitsers.

 

Generaal Daser op Walcheren leek de kwaadste niet, ook al was hij enigszins formeel inge-steld. Toen op 26 oktober de Kreekrakdam bij Rilland werd geforceerd door de 2e Canadese Divisie, stelde hij nog boten beschikbaar om de burgers van Middelburg te evacueren. Hij stelde zich ook open voor gesprekken met de waarnemend burgemeester en predikanten van Middelburg, waartoe hij zich mede liet leiden ter voorkoming van onnodig leed. De bevolking had kennelijk de menselijkheid van Generaal Daser goed gepeild, anders zou men de eerste Canadese tank, Spider genaamd, niet naar diens woning hebben begeleid voor overgave. Omdat het een luitenant was die uit de tank sprong, meende Daser dat hij zich alleen aan een ranggenoot kon overgeven. Dit bericht werd doorgegeven en derhalve zat in de volgende tank een officier met gemanipuleerde generaalsuitmonstering, die door Daser werd geaccepteerd.

 

Deze operette-achtige capitulatie nam overigens niet weg dat de verliezen van de in Vlissingen en Westkapelle landende troepen onwaarschijnlijk hoog waren, bij de laatste plaats mede in de hand gewerkt doordat weersomstandigheden een doeltreffende Airspotting hadden verhinderd. H.M.S. AWarspite@ en de twee monitors met hun zware geschut slaagden er daardoor niet in de Duitse kustbatterijen uit te schakelen. Overigens hadden de landingsboten vanuit Breskens naar Vlissingen het spits afgebeten op de vroege ochtend van 1 november en trokken zij de aandacht van Westkapelle ten dele weg. Tevoren had Zuid-Beveland niet mogen klagen: op 24 oktober was de Kreekrakdam door de 2e Divisie dan eindelijk genomen, maar de bevrijding van dit schiereiland zelf vergde slechts 6 dagen.

 

In The Breskens Pocket lag evenwel alles anders. De openingsmanouvre viel op 6 oktober, toen de 7e Brigade een bruggehoofd over het Leopoldkanaal vestigde en er pas op 19 oktober in slaagde Aardenburg, dat inmiddels een puinhoop was, te bereiken. Deze brigade deed dus twee weken over enkele kilometers!

 

De 8e Brigade kon bij de landengte van Isabellasluis pas vorderen toen de Duitse troepen begonnen terug te trekken onder de bedreiging van de op 9 oktober bij Hoofdplaat gelande 9e Brigade. Deze laatste eenheid onder leiding van Brigade-Generaal Rockingham had bezuiden De Schelde ongetwijfeld de zwaarste taak, want op zijn weg lag de kust waar het om ging. Zoals reeds gezegd werden elk dijkstuk en elke boerderij bevochten. Sommige hofsteden, voorzover zij nog overeind stonden, werden 4 keer bevrijd. Hetzelfde gold voor de arbeiders-huisjes, die overal verspreid stonden. Aardappelbewaarplaatsen (tegen vorst) waren een geliefkoosde schuilplaats en het kwam voor dat Duitsers bij het naderen van de Canadezen zo=n schuilplaats verlieten en een minuut later een handgranaat tussen de Zeeuwsvlamingen in de schuilplaats gooiden. Een verzetsstrijder liet men doodbloeden zonder een dokter toe te laten. Een boer, die een jas onder zijn hoofd schoof, werd zwaar mishandeld. Een andere verzetsman, die als vele anderen door de grote ontreddering aan hulpwerk was gaan doen, runde een primitief noodhospitaaltje. Toen hij de Duitsers toegang weigerde werd hij neergeschoten. Niet ver daar vandaan gunde echter een Duitse commandant bewegingsvrijheid aan gevangen genomen verzetsstrijders, die met een auto vol wapens en munitie waren betrapt. Het begrijpelijke en het onbegrijpelijke liepen zodanig dooreen dat de waanzin van de oorlog nog duidelijker overeind kwam te staan.

 

Generaal Eberding, Commandant van de 64e Duitse Infanterie Divisie bezuiden De Schelde, vestigde zijn Hoofdkwartier vlak bij Groede, dat een oase begon te lijken. Toen de Canadezen naderden, vluchtte hij naar de bunkercomplexen bij Cadzand. We spraken er reeds eerder over dat Eberding bij Groede de luwte van een Rode Kruis-dorp had gezocht, doch met zijn vertrek van hier verklaarde hij Groede als open stad te zullen beschouwen na 6 uur >s-avonds van dezelfde dag. Eberding moet hebben geweten wat hij met deze verklaring veroorzaakte: de zoveelste volksverhuizing van gewonden en stervenden begon opnieuw. Niemand wist eigen-lijk meer waarheen. Het landschap zat vol kraters en bewoonbare huizen waren schaars. Eberding had eerder, na zijn constatering dat Groede door de Canadezen werd gespaard, de brutaliteit gehad in een brief aan het 1e Canadese Leger te eisen, dat deze plaats door de Geallieerden zou worden ontzien.

 

De Canadese gevechtstroepen met hun onmenselijke taak hadden steeds een bijzondere belangstelling voor Duitse Bezahlmeisters en ook hun gebruik van kneedbommen op kluizen mag wel vermeld worden. Toch was geen jacht groter dan die op Generaal Eberding. Tussen Cadzand en Knokke kregen de mannen van de 3e Divisie deze gehate tegenstander op 1 november eindelijk te pakken. Ze hadden een week tevoren Breskens en Fort Frederik Hendrik letterlijk moeten uitbranden. Eberding=s mensen werden met vlammenwerpers op de stalen deuren uit de bunkers gedwongen door zuurstofgebrek. Ze kwamen er als verwilderden uit, soms met enkele jonge vrouwen, die door zijden kousen of chocola waren gelokt. In het Fort Frederik Hendrik was het wellicht het ergst, dat bleek vooral bij de verhoren direct na gevangenname. Ondervraging had meestal geen zin omdat de stembanden van de gevangen genomen Duitsers verschroeid waren. Er kwam geen geluid meer uit. De ogen waren het ergst, maar ze leefden nog wel. Het leek minder erg om honderden doden te zien, want het was dan tenminste voorbij, ook al lagen zij in kilometerslange rijen na hun dood nog ťťnmansputten langs de dijken te bemannen.

 

Generaal Eberding van de eerste klas 64e Infanterie Divisie, die de afschuwelijke Himmler-order had herhaald en daarmee de gewetens van alle aan hem toevertrouwde mannen tot het uiterste had gekweld, werd nabij Cadzand zonder strijd, ja zelfs na keurige kortstondige onderhandelingen, uit zijn gigantische commando-bunker met riant uitzicht over De Schelde gehaald. Zijn laarzen blonken, zijn uniform was stofvrij en zijn haar zat smette-loos. Hij had zes zware koffers bij zich, er waren daarom twee jeeps nodig om hem naar het Brigade-Hoofdkwartier in het Hazegras nabij het Zwin te brengen. Eberding, de grootste deserteur van allen, een aanfluiting van zijn eigen order.

 

Brigade-Generaal Rockingham van de 9e Canadese Infantry Brigade had hem zullen ontvangen om te onderhandelen over capitulatie. De rondborstige Rockingham echter was van walging snel in zijn scout-car geklommen en naar het front gegaan, dat nog steeds op drie van de vier windstreken het Hoofdkwartier omringde. Het was uitgerekend het Hazegras en het Zwin, de unieke broedplaats voor vogels, waar Camp-Major Martin en de Dutch Representative of Intelligence met Eberding begonnen te onderhandelen over de capitulatie van de resterende 7.000 man van zijn Divisie.

 

Martin had er vanzelfsprekend ook geen zin in om met zo=n onwaarachtige figuur woorden te wisselen. Toch werd Eberding er door de line-crosser bij herhaling op gewezen dat verder verzet uitzichtloos was: het zeegeschut was in Canadese handen, een overweldigende hoeveelheid artillerie was voor finale beschieting reeds opgesteld. Ook dit werd hem duidelijk gemaakt. Toch was zijn enige antwoord: AEin guter Deutscher Offizier kapituliert nie@. Daarna nog twee keer: ANein@. Presteer dat maar in zo=n tijd, terwijl je er zelf keurig gekleed, maar vooral veilig bij staat. Verder onderhandelen had overigens geen zin meer, want die nacht begonnen honderd mijnenvegers drie weken lang op De Schelde een route naar Antwerpen vrij te maken. Intussen begon volkomen nutteloos de door Eberding bewerkstelligde beschieting op het Belgische deel van The Breskens Pocket. Een nacht lang gemiddeld ťťn granaat per seconde. Maar dat deerde de beruchte Eberding niet, ook niet dat duizenden Duitse krijgsgevangenen in de weilanden langs de weg hem geen enkel teken van erkenning gaven. Zijn smetteloze uniform hield hem kennelijk overeind.

 

Het is onbegrijpelijk dat een Belgische auteur 25 jaar na de Tweede Wereldoorlog deze nu rustig van zijn pensioen genietende Generaal Eberding als een bevelhebber met menselijke overwegingen schetst!!!! (K. Aernoudts in AWaar de rode klaproos bloeit@). Geen wonder dat hij in zijn dankwoord als tweede bron de ambassade van de Duitse Bondsrepubliek vermeldt.

 

 

De verlies- en winstrekening.

 

Hoewel The Breskens Pocket en Walcheren pas op 2, resp. 6 november 1944 bevrijd werden, voer op 28 november het eerste konvooi de haven van Antwerpen binnen. Door het inzicht van Feldmarschall Waelter Model was deze haven 85 beslissende dagen aan de Geallieerden ontzegd. Vele auteurs, voornamelijk buitenlandse bevelhebbers en geschiedschrijver, besteedden allen veel aandacht aan het Schelde-offensief. De belangstelling in Nederland lijkt daarentegen slechts uit te gaan naar de Slag om Arnhem.

 

Eisenhower vergelijkt Zeeland met SiciliŽ en constateert spijtig dat de eigen verliezen rond De Schelde 27.633 doden en gewonden bedroegen, tegen minder dan 25.000 op SiciliŽ, waar een garnizoen van 350.000 Duitsers werd verslagen. Aan de Schelde-monding waren nog geen 25.000 Duitsers.

Vergelijken we dichter bij de deur, met Arnhem, dan is er opnieuw een wanverhouding: de Britse verliezen bedroegen daar ťťn derde van die aan de Scheldemond. De tijdsduur van Market Garden was 9 dagen, het Schelde-offensief duurde bijna 3 maanden, waarvan de laatste twee maanden gevechten te zien gaven, die tot de meest verbitterde van de oorlog worden gerekend. Tesamen met de Duitse troepen werden ook de Zeeuwen zwaar getroffen, omdat men na verschillende evacuaties niet meer wist waarheen te gaan. Ten einde raad besloot men het front in volle hevigheid over zich heen te laten komen, soms verschillende malen.

 

Er is dan nauwelijks een parallel te vinden van een zo bloedige botsing tussen twee voor-treffelijke legers op zo=n klein geografisch bestek. Omdat het Schelde-offensief niet was voorzien, duurde het zo lang en was het zo hevig. Dat deze strijd in Zeeland in ons land zo weinig aandacht krijgt, komt misschien omdat het Schelde-offensief zit ingeklemd tussen enerzijds het voorafgaande relatief kleine, doch spectaculaire Arnhem-offensief en anderzijds het daaropvolgende angstwekkende Ardennen-offensief in december 1944. Of is het, nationaal gezien, te wijten aan het uithoek effect? Een ander aspect: het onderwater zetten van Walcheren was ook spectaculair, was nieuws. Zo=n dramatische gebeurtenis valt te herdenken, maar mag toch niet dienen om het gehele Schelde-offensief daarmee even af te doen?

 

Het is buitengewoon leerzaam de drie offensieven in hun samenhang te bestuderen. In september 1944 verloor Montgomery zijn momentum bij Arnhem, waar de luchtlandingen hoop in de harten van talloze verdrukten brachten. In oktober en november 1944 werd de geallieerde inspanning aan De Schelde dermate gefrustreerd, dat zelfs de herinnering er aan te pijnlijk schijnt te zijn. In december 1944 hadden de Duitsers door tijdwinst hun militaire potentieel op ongelofelijke wijze weten op te bouwen voor de krachtmeting in de Ardennen. Een tijdlang leek het dat het initiatief opnieuw in hun handen was overgegaan en er kwam wanhoop in vele harten. Het Ardennen-offensief lijkt vooral ook mogelijk te zijn geworden omdat voor Arnhem en De Schelde verkeerde prioriteiten waren aangelegd. Hoe was dat mogelijk?

 

Een beknopte analyse.

 

Bij de beantwoording van deze vraag kunnen we niet meer dan een greep doen uit de vele gegevens en daarbij trachten toch een verantwoord beeld te vormen.

Eisenhower was voorstander van het Brede Front, waarbij hij van Het Kanaal, resp. de Noordzee tot aan de Frans-Duitse grens gelijkelijk wilde oprukken. De Amerikanen, uitvinders van het begrip Acalculated risk@, wisten dat alleen gegokt mocht worden met relatief kleine proporties. Eisenhower was dan ook tegen de ASingle Thrust@-plannen van Montgomery. Ook Bradley verzette er zich sterk tegen. De Amerikanen dachten vooral in termen van logistiek en realiseerden zich meer uitgesproken dat omvangrijke operaties zonder de bevoorrading via de haven van Antwerpen tekort moesten schieten.

 

Bovendien kende Eisenhower als geen ander de schadelijke gevolgen van de rivaliteit tussen zijn ambitieuze bevelhebbers. Zijn Abroad front@ policy getuigde dus van realisme en ga ieder het zijne. De onbeschadigde val van Antwerpen suggereerde een tijd lang dat de weg naar Berlijn open lag. Ogenblikkelijk kwam Montgomery in actie: Op 8 september 1944 had hij een bespreking met Eisenhower in het vliegtuig van laatstgenoemde op de luchthaven van Brussel. Dat Montgomery toen fel en ongepast tegen Eisenhower is uitgevaren is minder belangrijk dan het feit dat hij daarbij Eisenhowers= toestemming wist te ontfutselen voor Market Garden bij Arnhem, een operatie die Montgomery, naar eigen uitlatingen, zag als zijn ASingle Thrust@ naar de Ruhr en daar voorbij naar Berlijn. Bradley was toen niet bij die bespreking en hij hoorde het pas enkele dagen later.

 

Montgomery had in een geŽmotioneerde bespreking onder vier ogen Market Garden afgedwongen en hij gaf daarna aan stafofficieren te verstaan dat hij deze operatie als een Afinal blow@ beschouwde, dat de oorlog nu redelijk snel gewonnen zou kunnen worden. Gezien de gevolgen bleek het niets minder dan een blunder van groot kaliber te zijn en wie was daarvoor verantwoordelijk?

 

Allereerst Eisenhower, die toestemming af. Het plan strookte wel met zijn opvattingen over Acalculated risk@, want een enkele Britse luchtlandingsdivisie was voor hem een fractie van zijn totaal ontplooide sterkte. Hij wijzigde met Bradley de disposities van enkele divisies, teneinde Montgomery=s rechterflank te beschermen en dat was het.

 

Eisenhower schrijft daar zelf over, dat Market Garden een goede gelegenheid bood om het weerstandsvermogen van de Duitsers af te tasten. Hij besteedt er in zijn memoires opvallend weinig woorden aan. Voor hem was het per slot van rekening een operatie van tamelijk beperkte omvang, een teleurstellende verkenningspatrouille.

 

De afgeleide verantwoordelijkheid lag dus wel heel duidelijk bij Montgomery: Hij had de toestemming in grote opwinding van Eisenhower afgedwongen, zonder dat andere verantwoordelijke bevelhebbers aanwezig waren. Waarom geŽmotioneerd? Er zijn factoren genoeg die daar begrip voor vragen, want zijn zeer dringende telegrammen aan Eisenhower wachtten in die tijd vier dagen op antwoord door slechte verbindingen. Bovendien stond generaal Patton er bekend om afspraken op zijn eigen manier uit te leggen. Hij liet zijn troepen letterlijk de voor zijn plannen benodigde voorraden stelen ten einde de opdrachten, die hij zichzelf gaf, te kunnen uitvoeren. Dit was rechtstreekse rivaliteit om de eer. Ook Montgomery kan hierdoor toegezegde bevoorrading zijn onthouden.

De kern van de frustratie zou echter kunnen schuilen in het feit dat tijdens The Battle of the Bulge Montgomery veel Amerikaanse kritiek te verduren had gekregen. Zo in de geest van Averdomme, wanneer stapt Monty nu eens op zijn fiets om te gaan rijden@. Tussen vele andere kwetsende opmerkingen, die hem zeker zijn gerapporteerd, zal hij ook wel hebben gehoord dat de U.S. Joint Chiefs of Staff hem wel een goede soldaat vonden, maar dan van de down to the last shoe-lace school. Zij waren daarom niet blij geweest met zijn benoeming als Commander van Overlord. Deze voorvallen en ook zakelijker verschillen van inzicht moeten Montgomery kennelijk een grote impuls hebben gegeven, die helaas niet werd bevredigd door de geweldige uitbraak tot de Belgisch-Nederlandse grens. Zijn rol in de Broad Front policy van Eisenhower plaatste hem op de linkervleugel bij de kust. Voorzag hij een tamelijk roemloze rol als bevrijder van Nederland en de Noordduitse kust? De publiciteitswaarde van namen als het Ruhrgebied en Berlijn lag inderdaad hoger genoteerd.

 

Het is betreurenswaardig dat zoveel feiten er op wijzen dat ordinaire ambities er oorzaak van waren dat Montgomery brak met de eenvoudige molenaarsregel: Awat het eerst komt, moet het eerst malen@. Hij liet De Schelde, die niet gemist kon worden, liggen teneinde zich vergeefs met zijn droom bezig te houden. De onvermijdelijke terugslag kwam in de vorm van het Ardennen-offensief, waar de Amerikaanse opnieuw op grandioze wijze de kastanjes uit het vuur haalden.

 

SLOTSOM.

 

Montgomery, niet verwonderlijk, heeft zeer kennelijk overdone in strijd met de grote kunst van zijn landgenoten, die het understatement cultiveren. Veldmaarschalk Waelter Model gaf hem in september, oktober en november 1944 twee keer geweldig van katoen. Wat Eisenhower terecht kan voordragen als een tamelijk riskante operatie van voor hem verantwoorde omvang, was voor Montgomery een gok met onverantwoorde proporties. Met zijn summiere en afstandelijke relaas van Market Garden klasseert Eisenhower dan wel Montgomery in subalterne klasse.

 

Waarom was de weerstand van de Duitsers zo onverwacht groot? De Eberding-order, herhaling van de beruchte Himmler-order, heeft daar op de linker Schelde-oever veel mee te maken gehad. Een ander feit wordt in dit verband aangehaald. In de maanden van het Schelde-offensief buitte de Duitse propaganda-machine het plan van Henry J. Morgenthau, dat was uitgelekt, uit om de verbetenheid van de Duitse legers op te voeren. Dit plan zou ten doel hebben gehad om Duitsland te degraderen tot een landschap van agrariŽrs. Het werd door vooraanstaande Amerikanen verworpen als een plan van blinde wraak, maar Roosevelt en Churchill parafeerden het op 15 september 1944 in Quebec. Temeer daar Morgenthau een jood was, kon Goebels dit plan tot het uiterste uitbuiten als het bewijs, dat hij altijd gelijk had gehad en dat de Geallieerden 30 tot 40 miljoen Duitsers wilden vernietigen.


 

Het was echter vooral Feldmarschall Model, die met het vorenstaande niets te maken scheen te hebben. Met de middelen, die hem geestelijk en materieel gegeven waren, had hij zich van zijn verantwoordelijkheid gekweten. Hij had Montgomery ver achter zich gelaten. Feldmarschall Waelter Model=s Legergroep B (het 15e Leger en het 5e Pantser Leger, tesamen 21 divisies), werd vanaf 1 april 1945 tot 18 april 1945 ingesloten in de puinhopen van het Ruhrgebied. Toen na 18 dagen 325.000 Duitse soldaten, w.o. 30 generaals, gevangen waren genomen, pleegde Model zelfmoord. Echter zijn fanatieke volgeling, de wrede en schijnheilige Eberding, geniet rustig teruggetrokken van zijn pensioen, wordt als humaan aangeprezen.

 

We begonnen met te stellen dat Generaal Waelter Model zich tijdens de verdediging van de Schelde-Delta en Arnhem en strateeg en ziener betoonde. Tezelfder tijd blunderde Montgomery op deze twee strijdtonelen. Toch zullen velen zich de naam Model niet herinneren, terwijl we Viscount Montgomery of El Alamein allen menen te kennen

 

*****************

 

Diemen, mei 1976.                                                                                                                         P.H. de Winde.