Onderstaand stukje heb ik richting Sincfalbode gestuurd. Moet er onmiddellijk heel eerlijk aan toevoegen dat ik sinds een paar weken heel anders tegen de Stichting Sincfalbode aankijk. Ze hebben in mijn ogen politiek kleur bekend, en dat hoort niet. Is in het verleden ook nooit gebeurd, verre van dat. Nou heb ik daar niks over te vertellen, maar het verbaast me wel en dus heb ik onmiddellijk richting Stichting Sincfalbode mijn verbazing (en ongenoegen) geuit. Op dat moment ging ik me afvragen: wie zit er nou eigenlijk in die redactie??? Wie bepaalt het beleid? Wie bepaalt wat er wel en niet in komt? Dat is nergens terug te vinden. Dus dat ook meteen maar gevraagd. Totaal niks op teruggehoord. Beetje flauw, toch ? Eerlijk gezegd vind ik het bijzonder knap zoals die meneer uit Sluis dat heeft gespeeld: het vertrouwen winnen, je opwerken tot een soort vaste medewerker en dan vlak voor de verkiezingen je ware aard tonen zoals in het sprookje: De beer en de 7 geitjes. Daar hebben we het spreekwoord: een beer in schaapskleren toch aan over gehouden? Neenee, niet waar, dat ging een klein beetje anders. 't Liep wel goed af ;)

Voor het geval mijn stukje politiek te licht gevonden wordt:

Ontgroend

 Jawel, ik was groen, geitenwollensokken tijdperk, toch minstens één zo’n sok aan. Hartstikke bewust. N70, het allereerste natuurbeschermingsjaar, lid van alles wat een beetje groen was, en een beetje dwars, beetje dwars liggen want het was nodig. Het overbrengen, er naar leven. In het klein. Oud papier, flessen, blikjes, clubkrantjes aan twee kantjes bedrukken, kringlooppapier, kleine stapjes en een feessie als het vooruit ging. Altijd blijven doen. Nu nog. Zonnepanelen op mijn dak, spaarlampen, oud papier. En een groene tuin natuurlijk. Alles voor het ongedierte en ten koste van liters bier een krop sla uit eigen onbespoten tuin. Uit “mun nof”. Een mooi ofje. Stijlloos, zelf bedocht, altijd blommen, een beetje groente, een beetje bos, een vijver, een grasveld, een pad vol madeliefjes, een troenke, een ofje om in te leven.

Op een flierefluitend lente dagje is het genieten met volle teugen. Een ooievaar draait hoge rondjes, mijn sigarendoosvliegenvangers op mijn klomp, de groene specht pulkt fanatiek in het gras, de winterkoning schettert luid boven de heggenmus. Stekelbaarsjes, ijsvogel en geel gerande watertorren vreten dikkopjes van kikkers en salamanders daar waar de putters badderen. Zo mooi. Zo groen. Te groen!!

Want… het moet anders nu, dit wordt te link. Die boom die ik omhakte, dat mocht eigenlijk niet. Mijn boomsalamander? Die is ozo zeldzaam, die mag niet ontdekt worden, dat wordt een bron van ellende. Ik wil geen greppel rond mun nof, met dikke palen erin, en stijve draad eraan, en mottig plastiek en verboden toegang ervoor. Ik wil geen boomsalamander biotoop dat beschermd en afgeschermd wordt, of erger nog, onteigend. Gaan ze mun nof inrichten zoals het hier 100 jaar geleden was. Maar ik leef NU, dus ik sla dat beest morsdood, bwahmm, mijn geitenwollensokerop!  Ja, ik word anders, dat besef ik donders goed. Ik was heerlijk groen, ik wist waarvoor en ik vond het geweldig dat het niet voor niets was. Jarenlang mijn groene steentjes bijgedragen. Troenken geplant en gekapt toen er te weinig waren, putten gegraven, meidoornheggen gesnoeid, torenvalkkasten gemaakt en gehangen, toeren uitgehaald voor uilskuikens, kikkers overgezet, hoogstammen gered. Jawel, ik WAS een groentje. Maar nu gaat het over. Nu slaat het door. Een ouwe verrotte door boomchirurgen chemisch verontreinigde iep en daar een rotonde omheen? Toktok! Hopbomen voor vliegende en ecoducten voor lopende muizen. Toktok! Nog meer laagliggende weilanden met bulten en greppels vol rare koeien. Toktok! Polders onder water. Toktok! Wie is er gek? Dat zijn geen groene rakkers maar groene stakkers. Voor groen hoef je gelukkig niet meer dwars te liggen. Iedereen leeft best een beetje groen nu, en er is en komt volop groen, dankzij, ja, die groene rakkers. En daar mogen ze heel trots op zijn. Nu is het tijd om ervan te genieten. Haal weg die prikkeldraad, laat ons er in wandelen en fietsen, er dwars doorheen. Maak rust en uitkijkpunten, leid wandel- en fietsroutes er naar toe en er doorheen. Jawel, het gebeurt al, onder de kust, de macht van de toerist. Dus het kan best. Gooi open de Sophia, ontsluit de Oude Haven, laten we straks kunnen fietsen van de Kaaie naar het Zwin en de Braakman dwars door alleen maar gevarieerde natuurgebieden, dat wordt eindeloos genieten. Het beetje schade wat de natuur ondervindt wordt ruimschoots gecompenseerd door begrip, begrip voor groen, daar ligt de nieuwe uitdaging voor de groene rakkers van nu. De “2dijken rondjes” bij Draaibrug, met uitzicht op een supermooi stukje natuur. Het ligt er al jaren, daar waar de steenoven zijn honger stilde. Dood- en doodzonde toch dat slechts een paar mensen dat ooit gezien hebben (een boer, een rattenvanger en ik). Dat en daar is mijn uitdaging. Als het lukt, word jij ook uitgenodigd. Dan lopen we het open, met z’n allen, er dwars doorheen genieten, de rattenvanger voorop, die deed het al vaker!

Theo Buijsse, Draaibrugge.